bidden is bullshit

Later als wij elkaar weerzien

bidden is bullshit

Net als de kinderen uit logeren zijn gebeurd er iets ingrijpends. Kort praktijkblog over hoe kinderen met situaties kunnen omgaan. Over bidden. En wat ze jaren later geloven of niet.

‘Bidden is bullshit’, zegt hij een paar jaar later.

‘Je kunt wel hulp aan God vragen, maar uiteindelijk moet je het écht helemaal zelf doen!’

Jaren geleden kregen we een vakantie aangeboden. Michael en Flint, toen 10 en 7 jaar, gingen een week bij oom Rob en tante Fenna logeren. Voordat ze daar gingen slapen vroeg oom Rob wat er moest gebeuren. Dat was niet zo’n moeilijke vraag: pyjama aantrekken, tanden poetsen en een verhaaltje voorlezen. En dan moesten ze hun gebedje nog opzeggen. De één deed: ‘Ik ga slapen, ik ben moe’, de ander: ‘Hoger dan de blauwe luchten’.

De eerste dagen deden ze geweldige uitstapjes. Ze reden met de tram door Hannover, keken naar de aapjes, kochten souvenirs en aten ijsjes. Maar halverwege de week voelde tante Fenna zich niet goed. Na een onderzoek in het ziekenhuis werd kanker geconstateerd. Ze werd direct opgenomen. Het leven kreeg opeens een andere wending, ook voor de twee achterneefjes die uit logeren waren.

’s Avonds voor het slapen vroeg oom Rob waar ze voor wilden bidden. ‘Voor tante Fenna natuurlijk; dat ze weer beter wordt.’ Dat hebben ze toen gedaan.

Oom Rob gelooft nog steeds dat het zo heeft moeten samenlopen. De kinderen leefden mee, maar hadden ook hun verzorging nodig. En ze maakten ondanks alles samen ook vreselijk veel lol. Een welkome afleiding.

Bidden als vraag- en antwoordspel.

Daarmee val ik mijn kinderen niet lastig.

‘Bidden is bullshit’, zegt Michael een paar jaar later. ‘Je kunt wel hulp aan God vragen, maar uiteindelijk moet je het écht helemaal zelf doen!’ Hij gelooft niet. God is onzin. Hij zegt dit met zoveel gezag dat je er haast niet tegenin durft te gaan. Je moet het inderdaad zelf doen.

Toch denk ik dat bidden helpt om dingen op een rijtje te zetten en om dingen met een Ander te delen.

‘Het is toch raar dat mensen zo lopen te janken op begrafenissen. Je gaat toch naar de hemel, dat is toch veel beter dan hier. En je ziet elkaar daar later toch weer?’ Dat gelooft hij dan weer wel – tot mijn verbazing.

Voor mij klinkt dat als een belijdenis. Ik zeg glimlachend dat-ie gelijk heeft. ‘Natuurlijk ga je naar de hemel,’ zeg ik. ‘Daar is het top! Toch is het niet leuk om iemand van wie je houdt te moeten missen. Ik huil daarom ook op begrafenissen. Maar dan ga je verder. Gewoon omdat dat niet anders is. Het gemis blijft, maar je weet dat het goed is, je weet dat het goed komt.’

Raar toch, dat mensen zo janken op begrafenissen.

Je ziet elkaar daar later toch weer?

Tante Fenna is alweer een paar jaar geleden volledig genezen verklaard. Was het de medicatie die haar erbovenop heeft geholpen, haar wilskracht, haar lieve meelevende familie? Was het misschien gewoon haar tijd nog niet, zoals mijn oude gelovige oma eens nuchter opmerkte? Of was het door dat gebed van die oude oom met zijn twee achterneefjes?

Ook al geloof ik wel degelijk in God en is bidden belangrijk, dit laatste antwoord vind ik te makkelijk. Het klinkt als een soort geloofspropaganda. Bidden als vraag- en antwoordspel. Daarmee val ik mijn kinderen niet lastig. ‘Als je bid zal Hij je geven’ gaat toch ook vaak genoeg niet op?

Wanneer Michael mij weer eens kritisch bevraagt op geloofskwesties roep ik ook wel: ‘Het is geloof, geen wetenschap!’ Ooit zullen we misschien nog eens uitgelegd krijgen hoe het echt zit. Als we elkaar daar weerzien. Want dat zijn we dan weer wel met elkaar eens.

Tot dan geloof ik dat alle antwoorden goed zijn.


Waargebeurd verhaal. Eerder te lezen in Moments, een uitgave van JOP, jeugorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland. mei 2012. De namen zijn om privacyredenen veranderd.