Ervaringen van een toevallige vrijwilliger

Creamiddag

Twee keer per jaar wordt er bij ons in de kerk een Creamiddag gehouden. Maximaal 140 basisschoolkinderen volgen dan creatieve workshops rond een bijbels thema. Kinderen kijken er naar uit! Maar ook voor vrijwilligers is het geweldig. Ik vertel je uitgebreid mijn ervaringen op zo’n middag.

Het is ongeveer het leukste dat je jezelf kunt aandoen; helpen op de Creamiddag.

Vind ik. Ik vertel je mijn verhaal over de workshop, de kinderen, de ontmoetingen, het genieten.

Zo af en toe heb ik er gelegenheid voor. Als ik toevallig vrij ben. Dan help ik mee op de Creamiddag. Ik word deze keer ingedeeld bij de workshop: vogeldennenappel. Een half uurtje van tevoren loop ik de zaal binnen. Aan allerlei tafels worden voorbereidingen getroffen voor de 16 verschillende workshops.

Mijn workshop is gelukkig simpel: Je pakt een dennenappel, bindt er een draadje omheen, smeert hem in met pindakaas en dipt hem in vogelzaad. Klaar!

Ik probeer er zelf 1 te maken. Want: als ik het kan moet het de kinderen zeker lukken! Dat valt niet tegen. Ik kan het niet helpen, maar door de pindakaas en de vorm van het werkstuk vind ik het op een drol aan een touwtje lijken. Ik begin het al leuk te vinden. Mijn handen zijn vies maar ruiken gelukkig niet naar waar ik aan dacht.

Een nieuwsgierige buurvrouw komt even kijken en geeft een handige tip. Al snel bedenk ik hoe ik het ga doen. Ik haal de meeste stoelen rond de tafel weg. Waar ik ga staan kunnen kinderen hun dennenappel uitzoeken, draadje eromheen. Op de andere kant zet ik de pindakaaspotten. Op de volgende kant kunnen ze de ingesmeerde dennenappel in het vogelzaad dippen. Ik regel een teiltje voor het zaad en wat messen om te smeren.

Dames van de andere tafels zeggen het niet, maar zijn blij dat zij deze workshop niet doen. Je hoort ze denken. Opmerkingen over de lucht. Ik ben ook blij dat ik geen kralen hoef helpen rijgen of versierseltjes hoef te plakken.

Mijn workshop is gelukkig simpel

Je pakt een dennenappel, bindt er een draadje omheen, smeert hem in met pindakaas en dipt hem in vogelzaad. Klaar!

Mijn partner-in-workshop is ziek. Hij is gisteren misselijk thuisgekomen. Dan is deze workshop niet heilzaam! Hij schijnt ook al niet van pindakaas te houden. Ik zal het alleen moeten doen. Dat geeft niks. Dat maakt de uitdaging alleen maar groter. En, doordat je niet teveel kunt helpen moeten de kinderen het zelf doen en daar gaat het om. Het is hun feestje.

Het gaat beginnen! We gaan naar de hal. De kinderen worden daar opgevangen door een erewacht van medewerkers die zorgt dat de kinderen naar de grote zaal gaan. Wat een hoop vrijwilligers doen er trouwens mee. Ik zie een klein ventje wat ontheemd staan. Ik vertel hem waar hij naar moet en waar hij zijn jas kan ophangen. Voor hem blijft dat onduidelijk tussen al die groteren. Wat een leuk kereltje. Zijn eerste Creamiddag. Ik begeleid hem en vertel aan andere kinderen dat ze mee mogen komen. Ik pak hun jassen aan en hang ze op de kapstok.

De grote zaal zit al vol met kinderen. Veel gepraat, gezwaai naar bekenden of naar papa of mama die achterin de zaal staat. Ik wijs een paar kinderen wat vrije plekken aan om te zitten.

Joke komt geblinddoekt binnen en Lianne begeleidt haar. Ze lopen dwars door het publiek heen. Hilariteit! Je moet dus blind kunnen vertrouwen op anderen. In ieder geval ook op God.

Dan drommen de kinderen naar de workshops. Het is eerst nog niet zo druk aan mijn tafel. Er zijn favorietere bezigheden. Timmeren is populair. Ik heb daar ook weleens mogen helpen. Geweldig! Je houdt voor sommige kinderen de spijker vast en dan mogen zij hem in het hout slaan.
Wat je vreest met grote vreze gebeurt niet: Een kind dat op je vingers timmert. En dat je dan van de pijn moet vloeken in dat onbewaakte ogenblik. Wat bepaald niet kan, want je bent in de kerk! Nooit gebeurt.
Die kinderen ingespannen zien timmeren. Tong uit de mond soms. En netjes. Da’s echt mooi om bovenop te kijken.
Koekversieren doen ze ook graag. Lekkere zoete versiersels op je koek of cake doen en dan smullen. Ook de liefde van het kind gaat door de maag.

De eersten melden zich. Wat kun je hier doen? Ik vertel het en wijs op het voorbeeld dat ik heb opgehangen. Ze gaan aan de slag. Het bevestigen van het tuindraad aan de bovenkant van de dennenappel is een lastige. De meeste kinderen moeten daarmee geholpen worden. Of misschien leg ik het niet goed uit. Dat kan natuurlijk ook.
Dan komt Angelique mij een rol met boterhamzakjes brengen. Misschien is dit wel handig om in mee te geven? Geniaal. Precies op tijd!

Er tikt een jongetje zachtjes op mijn rug.

‘Mag ik dit ook maken?’

Als er kinderen aan je kraam aan het werk zijn is het voor de volgenden ook duidelijker. Ze kijken de kunst af. Al gauw heb ik het druk. Draadjes afknippen. Voordoen hoe het moet. Helpen als het bevestigen niet lukt. Vertellen dat de dennenappel nu in de bak met zaadjes kan. Een zakje afscheuren en open zien te krijgen met mijn vettige handen. In de gaten houden dat kinderen niet vergeten een draadje vast te maken. Want ze beginnen vaak meteen met smeren.
Er wordt zachtjes op mijn rug getikt. Mag ik dit ook doen? Vraagt een jongetje beleefd. Natuurlijk! Wat een braafje.

Er komen ook opmerkingen. Ik hou helemaal niet van pindakaas, het stinkt! Maar toch kom je iets maken van pindakaas? Dat vind ik dapper!
Vogels houden wel van pindakaas.
Kijk, maak er maar een draadje aan vast, dan kun je hem straks in de tuin hangen. Ik heb geen tuin. Maar er is wel een boom in de buurt. Daar kan ik hem ook aan hangen.
Ik ga deze aan mijn oma geven. Zij kan hem dan in de tuin hangen. En dan kan ze de vogels zien die er van eten.

De kinderen hebben een kaart met workshops om hun nek hangen. En die móet afgetekend worden, vinden ze. Ik pik een stift van de buurtafel. Die doet het slecht. Als het later even stil is ren ik naar de WalkINN voor een potlood. Dat is beter. Kinderen komen soms ook later terug om nog even de kaart te laten aftekenen. Ik begrijp dat eerst niet en vertel wat je hier kunt doen. Pas na hun wat vreemde reactie herken ik ze weer.

Die kaart móet afgetekend worden!

Bonny komt vragen of ze mij kan helpen. Zij is vandaag vliegende keep. Een soort reddende engel die helpt waar nodig. Het lukt me allemaal wel. Er is vast wel een plek waar het erger is, zeg ik met een glimlach. Toch fijn dat het even gevraagd wordt.

‘Ik ga deze aan mijn oma geven…’

Kinderen hebben verschillende stijlen van werken. De een smeert dunnetjes en voorzichtig. De ander smeert dik en barok. Sommigen vermijden het smeren vlakbij de vingers. Je zou vies kunnen worden! Anderen snappen dat alles moet worden ingesmeerd voor het mooiste resultaat. Zelfs de tafel wordt ingesmeerd. De meesten zijn niet bang voor vieze handen. En er zijn er die ook de draad volledig laten verdwijnen onder de pindakaas. Ach, die ontbrekende fijne motoriek, ik weet er alles van.

Er is er één die zegt: ik doe het touwtje in het midden, dan kan die erop zitten terwijl hij ervan eet. Die heeft verbeeldingskracht en denkt vooruit.

Het dippen in het vogelzaad kent ook vele technieken. Je kunt de dennenappel erboven houden en het zaad erlangs strooien. Of: aan het draadje vasthouden, erin gooien en dan weer oplichten en dat een paar keer. Een kuiltje maken, daarin leggen, begraven, aandrukken en er uithalen. Of hem zachtjes neervlijen en voorzichtig zaadjes overheen strooien.

Ach, het voelt ook zo lekker om met je handen door dat vogelzaad te kneden. Sommigen zijn daar lekker lang mee bezig. Heerlijk.

De tijd verstrijkt. Ik heb alweer een tweede kop koffie gekregen. Dat is wel fijn geregeld. Ik kom erachter dat ik het zakje melk wel heb opengescheurd, maar er niet heb ingekieperd. Er kwam zeker wat tussen?

Je ziet aan de kinderen die voorbijlopen, dat ze hard gewerkt hebben. Ze zien er wat vermoeid uit soms. De drukte. De indrukken. De klussen. Maar: doorgaan!

Ik heb dit al gemaakt, maar mag ik dit nog een keer doen?
Er zijn nog voldoende ingrediënten, dus ik vind het prima. Het is leuk dat ze deze workshop voor herhaling vatbaar vinden.

De andere workshops zijn al aan het opruimen. Bij mij komen ze nog langs voor een tweede ronde. Of ze hebben deze workshop voor het laatst bewaard.

Een vader, met de geverfde appel van zijn dochter in zijn hand, loopt te stralen

Ondertussen komen ouders binnen om hun kinderen op te halen. Ze zoeken hun kinderen op. Ze bewonderen wat ze geknutseld hebben. Ze verzamelen de werkjes die bij verschillende workshops gedroogd zijn.

Een vader loopt te stralen. Hij heeft de geverfde appel van zijn dochtertje in zijn hand. Hij zegt: hier ruik ik pindakaas en toen ik binnenkwam rook ik appelmoes. Wat leuk! Ik zeg: mooi he, alle zintuigen worden hier geprikkeld.

Bij het opruimen word ik geholpen. De zaal wordt aangeveegd. De tafels en stoelen op de goede plek gezet. Er is al gauw niets meer te zien van de grootse werken die hier werden verricht. De herinnering blijft. De foto’s in het fotoalbum. En het knutselwerk. In mijn voortuin probeert een meesje vat te krijgen op de dennenappel en pikt een paar zaadjes mee.

Cornelis Rot

Meer informatie over de Creamiddag